CDA Roermond

Nieuws archief

Reactie en vragen CDA Roermond op rapportage com. Benoembaarheid Wethouders

Onderstaand treft u de reactie en vragen van het CDA Roermond inzake de rapportage commissie Benoembaarheid Wethouders d.d. 2 juni 2014.

Vragen aan de commissie Benoembaarheid Wethouders
naar aanleiding van hun rapportage d.d. 2 juni 2014 aan de gemeenteraad van Roermond

 

Voorzitter,
Wij gaan vandaag onze nieuwe wethouders voor de komende vier jaren benoemen. Dat is een belangrijk moment. Wij zijn verheugd dat de commissie geen beletsel ziet om de zes beoogde kandidaat-wethouders te benoemen tot wethouder en een positief advies uitbrengt aan onze raad.

Wij willen als CDA- fractie en als raad graag wethouders benoemen die onze stad goed kunnen besturen. Zij moeten capabel zijn, en integer.
Wij willen geen capabele wethouders die niet integer zijn en we willen ook geen integere wethouders die niet capabel zijn. Wij willen die twee zaken, capabel en integer, combineren.
Om integer functionerende wethouders te krijgen heeft de raad een procedure vastgesteld die moet worden gevolgd, voordat de raad tot benoeming overgaat.
Die procedure en het resultaat daarvan zijn vandaag een belangrijk onderdeel van onze bespreking. Daarin komt tot uitdrukking hoe belangrijk wij het aspect integriteit vinden.

Voorzitter,
In het verslag van de commissie worden risico’s en aandachtspunten benoemd in relatie tot de kandidaten en worden voorstellen gedaan om daaraan tegemoet te komen.
Het is belangrijk te kunnen vaststellen dat er geen risico's of feiten worden genoemd die benoeming van een van de kandidaten in de weg staan. Het gaat erom dat met de wethouders heldere en concrete afspraken worden gemaakt om te voorkomen dat risico's zich in voorkomende gevallen vertalen in onwenselijke situaties van belangenverstrengeling of van de schijn daarvan.
Bij dit alles moeten we voor ogen houden dat een wethouder ook en vooral wordt aangesteld met de democratische plicht om voluit te gaan voor de behartiging van het belang van de stad en haar inwoners. Dat betekent dat we bij het opleggen van beperkingen terwille van de integriteit van bestuur niet verder moeten gaan dan noodzakelijk is. We moeten niet doorslaan en het kind met het badwater weggooien.

Waar een concreet risico op onzuivere situaties aanwezig is moet de wethouder zich afzijdig houden, maar waar dit niet aanwezig is mogen we van de wethouder verwachten dat hij niet langs de zijlijn gaat staan, maar deelneemt aan de beraadslaging en de besluitvorming. Daarvoor wordt hij door de democratisch gekozen raad aangesteld.
Indien een raadslid of wethouder zich onnodig onthoudt van deelname aan de besluitvorming kan dat even schadelijk zijn voor de inwoners of de gemeente dan wanneer betrokkene daaraan ten onrechte deelneemt.

Op dit punt rijzen bij de CDA-fractie vragen bij de adviezen van de commissie Benoembaarheid Wethouders.

Als je speelruimte beperkt, dan dien je ook de nuancering, argumentering en onderbouwing aan te geven. Als je de speelruimte beperkt dan dien je concreet de praktijksituaties te schetsen waar zich de risico’s en aandachtspunten kunnen voordoen. Als je de speelruimte wilt beperken dan bespreek je dit met de kandidaat-wethouder en overziet samen de consequenties in doeltreffendheid en werkbaarheid.
Als je de speelruimte wilt beperken dan maak je vooraf met de kandidaat concrete afspraken en dien je niet te verzanden in algemeenheden. Zeker niet als dat tot een niet-doeltreffende en niet-werkbare situatie dreigt te leiden.

Voorzitter,
Het rapport lezende is en blijft het vaag en onduidelijk in hoeverre dit eindrapport afwijkt van het advies van de deskundigen van Berenschot en waarom. Als wordt afgeweken van het advies van deskundigen dan vraagt dat, mede tegen de achtergrond van hetgeen ik heb gezegd, een zware motivering.

Daarom willen wij de navolgende vragen aan de voorzitter van de commissie voorleggen:

1. Bent u in het uiteindelijke advies afgeweken van de conclusies en aanbevelingen van Bureau Berenschot?
2. Zo ja, waarom bent u afgeweken?
3. Kunt u aangeven welke afwijkingen er zijn en waarom?
4. Welke criteria heeft u daarbij gehanteerd?
5. Waar vinden wij de nuancering, argumentering en onderbouwing van de door u gemaakte keuzes?
6. Als de criteria ontbreken en de nuancering, argumentering en onderbouwing van de gemaakte keuzes ontbreken, dan lijkt er sprake van willekeur en subjectiviteit. Bent u dat met ons eens?
7. Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat heeft u gedaan om de objectiviteit van uw advies te borgen?
8. Als u afwijkingen heeft aangebracht, wat heeft dat dan betekend voor het proces dat u heeft gevolgd?
9. Heeft u de optie om nog individuele gesprekken aan te gaan met de kandidaat-wethouders over deze afwijkingen overwogen. Zo ja, hebben deze dan plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?
10. Waar vinden we de concrete en heldere afspraken met de individuele kandidaat-wethouders? Zijn deze met de kandidaat-wethouders besproken en gedeeld?
11. Als de afspraken ontbreken en niet besproken en gedeeld zijn, in hoeverre vindt u het dan zorgvuldig dat u in deze het wederhoor met de kandidaat-wethouders niet heeft toegepast?
12. Als afspraken ontbreken en niet besproken en gedeeld zijn, hoe denkt de commissie haar taak uit hoofde van het Reglement van Orde van de Raad op latere momenten gedurende de zittingsperiode uit te kunnen oefenen?

Tweede termijn

Voorzitter,
Wij zien geen belemmeringen om de zes kandidaat-wethouders te benoemen en volgen in deze het positief advies van de commissie.

De adviezen met betrekking tot risico’s en aandachtspunten vragen om een nadere doordenking, nuancering, argumentering en onderbouwing. Tevens dienen er met elke kandidaat-wethouder heldere en duidelijke afspraken te liggen, die gedurende een afgesproken periode op basis van deze helderheid getoetst kunnen worden. Daar is nu geen sprake van.
De algemeenheden zoals nu verwoord in het rapport belemmeren in deze de doeltreffendheid en werkbaarheid en verdienen geen navolging. Derhalve stellen wij de raad voor op dit punt het rapport niet te onderschrijven en op te volgen.

Wel willen we de kandidaat-wethouders opdracht geven de door Bureau Berenschot gedane aanbevelingen op te pakken en te vertalen naar concrete handelwijzen. Deze kan dan op een nader te bepalen moment aan de raad worden voorgelegd.

Laat ons als raad in gesprek blijven over integriteit. Laat ons samen, met zijn eenendertigen, blijven optrekken in deze. Door elkaar te blijven aanspreken, door elkaar daar waar nodig te beschermen. Laat ons goed naar elkaar luisteren. Daarover hebben we afgelopen jaar intensief afspraken gemaakt. Laat ons kiezen voor het delen van elkaars argumenten, interactief. Om aldus te zorgen voor een integer bestuur en een integere raad, maar zonder elkaar onnodige beperkingen op te leggen, die het bestuur van de stad verlammen. In alle openheid, transparant. Daarop hebben de inwoners van Roermond recht.

Tijdens de evaluatie van de commissie benoembaarheid wethouders zullen we uitgebreid stil moeten staan bij de positie van deze commissie. Dan ook willen we de toekomstige rol en taken van de commissie benoembaarheid wethouders in het kader van de monitoring van de met de kandidaat-wethouders gemaakte afspraken nader afspreken.

cda-facebook