CDA Roermond

Nieuws archief

Inbreng extra raadsvergadering 8 september

Op 8 september heeft de coalitie in een extra raadsvergadering helderheid gegeven over haar standpunt inzake de gevolgtrekking in de nog lopende zaak Van Rey. Vanuit haar morele en politieke verantwoordelijkheid moet de raad zich over integer handelen van een politiek individu kunnen en moeten uitspreken en met elkaar bekijken op welke wijze de bestuurlijke controle beter kan worden opgepakt.

Drie zaken staan centraal in het betoog opgesteld door 7 fracties in de gemeenteraad van Roermond:

- het falen van bestuurlijke controle door raad en college

- het bewaken van de integriteit van individuele raadsleden en wethouders

- het zorgdragen voor transparantie van de relatie met (commerciële) partijen

 

Toelichting extra raadsvergadering

 

Voorzitter,

 

Niet eerder hebben we, na de start van het strafrechtelijk onderzoek en de lopende rechtszaak over oud wethouder en zittend raadslid de heer Jos van Rey, in deze raad stilgestaan bij de gebeurtenissen, die ons vanaf 2012, na het rapport Sorgdrager-Frissen, zijn overkomen. Niet eerder hebben we met elkaar in een open debat gesproken over de ontstane politiek bestuurlijke situatie en de gevolgen van deze zaak voor het bestuur van onze stad, de bestuurscultuur en de wijze waarop we met elkaar de toekomst van het bestuur van onze stad zien.

 

Aan het begin van deze raadsperiode in 2014 hebben we ervoor gekozen het vonnis van de rechtbank af te wachten en dan pas te wegen op welke wijze we er in deze raad op terugkomen. Met respect voor alle betrokkenen hebben we het oordeel van de rechter afgewacht. Dat moment is nu gekomen. De rechter heeft onlangs uitspraak gedaan in de zaak Van Rey. Zowel het OM als de verdachten hebben aangegeven in hoger beroep te gaan. We hebben hier met zijn allen kennis van genomen. 

 

Het feit dat de betrokkenen hoger beroep hebben aangetekend, ontslaat ons niet van onze verplichting om politiek en moreel te oordelen en met elkaar te leren van het verleden. Dat zijn wij aan de inwoners van onze stad verplicht. Want duidelijk is, dat deze situatie zich niet meer mag herhalen. Daarover moet dit debat in de volle breedte gaan.

 

Het Sub Judice beginsel - het principe dat als iets onder de rechter is, er niet over wordt gesproken - geldt hier niet. In Nederland kennen we de Trias Politica, de scheiding der machten. Wij hebben een bestuurlijke verantwoordelijkheid. We zijn en blijven bestuursrechtelijk bevoegd. Politiek en moreel zijn wij nu aan zet. 

 

We hoeven en willen niet wachten op een analyse van deskundigen en de gemeentesecretaris, zoals aangekondigd door de burgemeester. De gemeenteraad is zelfstandig bevoegd en het hoogste bestuursorgaan in deze gemeente. Wij zijn de eerstverantwoordelijken om toe te zien dat de gedragscode, de in dit huis gemaakte afspraken, wordt nageleefd. Dat is wat wij willen in deze extra raadsvergadering. Met respect voor elkaar, een open debat in de raad met het oog op een gezonde toekomst voor het bestuur van onze stad! Als raadsleden onder elkaar.

 

Tot slot nog een opmerking over de ontvangen brief van de LVR van vorige week. Het stellen van voorwaarden, het beperken van woordvoeringen en dreigen met het verlaten van de vergadering, passen voor ons niet bij een bestuurscultuur die wij voorstaan. In een raadszaal moet in openheid en zonder restricties met elkaar gedebatteerd kunnen worden over elk onderwerp. Met respect voor elkaar en elkaars mening. Zoals we in het fractievoorzittersoverleg hebben aangegeven, willen we een debat in de volle breedte. In deze zaak gaat zo’n debat in elk geval over ons eigen handelen, maar ook over het handelen van individuele raadsleden en onze relatie met externe partijen. Daar kunnen en mogen we niet omheen. Wij lopen in elk geval niet weg voor onze verantwoordelijkheid en gaan ervan uit dat de LVR dat ook niet doet.

 

>inbreng eerste termijn<

 

Voorzitter,

Na het rapport Sorgdrager-Frissen, het jarenlang strafrechtelijk onderzoek en de behandeling van de zaak Van Rey c.s. bij de rechter staat vast, dat de gewezen wethouder en het zittend raadslid de heer Van Rey de integriteit van het openbaar bestuur ernstig in verlegenheid heeft gebracht, en dat in meerdere opzichten. Ook de bestuurlijke controle vanuit raad en college is tekortgeschoten. De noodzakelijke bestuurlijke controle heeft de, in deze zaak, benoemde feiten en gebeurtenissen niet kunnen voorkomen. Maar uiteindelijk begint integer handelen vanzelfsprekend bij het gedrag van ieder individueel raadslid of wethouder. Het gebeurde is voor nu en in de toekomst in elk geval ontoelaatbaar.

 

De stad en haar inwoners worden nu al vele jaren gegijzeld door deze zaak, het heeft de stad en haar inwoners onnodig verdeeld en de stad en de integriteit van het stadsbestuur en de politiek in het bijzonder in een kwaad daglicht gesteld. Dat moeten we onder ogen willen zien. De zaak Van Rey heeft de stad Roermond en haar inwoners geen goed gedaan. 

 

Alleen de direct betrokkenen kunnen hier verandering in brengen. Op de eerste plaats door conclusies te trekken uit de gebeurtenissen, en door zelfreflectie te tonen. Op de tweede plaats door er consequenties aan te durven verbinden en zo dus bestuurlijk verantwoordelijkheid te nemen voor geconstateerde en benoemde feiten. In het belang van onze inwoners, in het belang van onze stad. 

 

Voorzitter,

Het is van groot gewicht voor de bestuurlijke toekomst van onze stad, voor onze inwoners, om duidelijkheid te geven over wat wel en niet mag in dit huis. Het is in het belang van het functioneren van het openbaar bestuur en de bestuurbaarheid van onze stad dat we afrekenen met een bestuurscultuur die niet past bij een rechtstaat waarin iedereen gelijk is, iedereen - alle inwoners en ondernemers - gelijke kansen dient te krijgen en vriendjespolitiek en zelfs de schijn van belangenverstrengeling en corruptie niet thuishoren. Onze gemeenteraad heeft daar een belangrijke controlerende taak in.

Ook de rechter laat er geen misverstand over bestaan:

 

>citaat< 

[Verdachte 1], gepokt en gemazeld door al zijn ervaring in de landelijke en gemeentelijke politiek, was gedurende vele jaren een belangrijk wethouder Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening in Roermond. In zijn jaren als wethouder had hij grote projecten in zijn portefeuille, projecten waar zijn allerbeste vriend, een grote projectontwikkelaar uit dezelfde stad, nauw bij betrokken was. 

Is dat handig? Zeker niet!

Is het handig om dan vele malen per jaar samen op reis te gaan? Natuurlijk niet!

Is het handig dat niemand [Verdachte 1] terugfloot? Nee, controle is bestuurlijke noodzaak! 

 

Dit debat gaat dus niet alleen over de integriteit van het bestuur en haar bestuurders, maar ook over de wijze waarop wij de bestuurlijke noodzaak van controle op elkaars functioneren nu en in de toekomst willen en moeten oppakken. Vandaag doen we dat.

 

Voorzitter,

De laatste jaren is er, naar aanleiding van aanbevelingen van de commissie Sorgdrager-Frissen, gezocht naar nieuwe wegen om te komen tot een bestuurscultuur, waarin deze bestuurlijke controle, met respect voor elkaar en elkaars handelen, ervoor zorgt dat de feiten, zoals genoemd in de rechtszaak van Rey, worden voorkomen. De wijze waarop we dit debat voeren maakt onderdeel uit van de nieuwe bestuurscultuur, die we voorstaan als gemeenteraad. Open en transparant, vanuit respect voor elkaar en elkaars mening. Inwoners moeten kunnen rekenen op een betrouwbaar stadsbestuur.

 

In de onlangs vastgestelde gedragscode voor ambtsdragers en het protocol voor mogelijke integriteitsschendingen hebben we ons nog eens verplicht actief erop toe te zien dat de gedragscode wordt nageleefd.

 

>citaat<

Artikel 6.2

De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de gedragscode naleven. 

 

Alvorens een raadslid de eed aflegt, alvorens een wethouder benoemd wordt, onderzoeken we geloofsbrieven en de integriteit van de toekomstige bestuurders. Vanuit dit proces ontstaat een bestuur van de stad, waar de inwoners vertrouwen in moeten kunnen hebben. 

Een bestuur dat erop toeziet, dat de wet- en regelgeving wordt nageleefd, de gedragsregels worden gevolgd, zodat er voor iedereen gelijke kansen en mogelijkheden in onze mooie gemeente blijven bestaan. Daar moeten wij voor blijven waken. Dat is een goed stadsbestuur en dus de gemeenteraad aan haar inwoners verplicht. Van deze verplichting kan niemand van ons worden ontslagen. Een bestuurder die de schijn van belangenverstrengeling, dan wel de schijn van corruptie, op zich heeft geladen staat op achterstand. Nu, maar zeker ook in de toekomst.

 

Voorzitter,

Er zijn al veel stappen gezet. Er is veel gepraat. Afspraken en gedragscode zijn aangepast. Maar papier is geduldig. De onlangs vastgestelde gedragscode is slechts een resultante en zeker een goed vertrekpunt voor ons huidige handelen. Maar het gaat er vooral om dat raadsleden en wethouders zich er ook naar gedragen. In woord en daad.

Niemand, maar dan ook niemand van ons neemt daarbij een uitzonderingspositie in.

Alleen met medewerking van de hele gemeenteraad kunnen we de gewenste stappen zetten. In relatie tot het gebeurde doen we in dit debat dan ook een moreel beroep op de gehele gemeenteraad en het college om het gedrag van ons allen en van de oud wethouder en zittend raadslid de heer Van Rey op de juiste waarde te schatten.

 

De gang van zaken en ook de feiten, die tijdens het strafrechtelijk onderzoek en in de afgehandelde zaak Offermanns aan het licht zijn gekomen, geven duidelijk aan dat het zo niet langer kan. Het is duidelijk dat de gemeenteraad en het college in bepaalde omstandigheden niet in staat blijken de (schijn van) belangenverstrengeling en corruptie te kunnen voorkomen. We hebben met zijn allen de rol als waakhond niet waar kunnen maken. De tegenmacht moeten we zelf organiseren en het bestuursklimaat moet deze tegenmacht ook toestaan, toelaten. Anders, en zo hebben we gezien, lopen we risico’s dat bestuurders in een grijs gebied terechtkomen waar de schijn van ... al snel ontstaat. En moreel en politiek wordt dan al een grens overschreden.

 

Het is een bestuursstijl die is gelegitimeerd door de kiezer en Roermond van alles heeft gebracht. Echter voor een betrouwbare overheid geldt niet dat de kiezerslegitimatie ook moet leiden tot ‘het doel heiligt de middelen’. Er geldt ook nog een principe van onze rechtstaat, waarin een wethouder en een raadslid worden geacht zich aan de wet- en regelgeving te houden en vooral zelf het goede voorbeeld te geven. 

 

Een raadslid en ook een wethouder zitten er niet voor individuele belangen en het bedrijven van vriendjespolitiek, maar voor het algemeen belang en het bewaken van het proces. In deze tijd vraagt dat meer openheid. Dat vraagt participatie van alle belanghebbenden. Dat vraagt er ook om, het werken binnen de afgesproken kaders daadwerkelijk op te pakken en daarover tussentijds verantwoording af te leggen. Dat vraagt om een andere advisering door ambtenaren, die ruimte laat voor discussie over alternatieven en het wegen van voor- en nadelen daarvan. Er moet ruimte zijn voor onafhankelijke advisering op basis van professionaliteit. Dat vraagt om een systeem van monitoring, evaluatie en bijstelling. Kortom, dat vraagt om een gemeenteraad die kaderstellend, normstellend, evaluerend en bijstellend is en een college dat daar naar handelt en de raad actief informeert. Daarin nemen we elkaar niet telkens de maat, maar spreken we elkaar vanuit respect en algemeen belang aan op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het vraagt een nieuwe manier van werken.

 

De vertrouwensbasis is het vertrekpunt voor een degelijk en betrouwbaar bestuur waar de inwoners van Roermond op mogen rekenen. Daarin moet er voor iedereen, iedere inwoner en ondernemer, sprake zijn van een gelijk speelveld en mogen de spelregels gedurende de wedstrijd niet zo maar eenzijdig worden gewijzigd. En al helemaal niet als het voorbij gaat aan de actuele en geldende wet- en regelgeving. Van een integer bestuurder mag worden verwacht, dat hij zich aan de wet en afgesproken regels houdt. In het algemeen belang, in het belang van de stad Roermond en haar inwoners.

 

Voorzitter,

De strafrechtelijke vervolging van de heer Van Rey komt nadat in april 2012 ook de commissie Sorgdrager-Frissen de toen zittende wethouder, na een door de burgemeester ingesteld onderzoek, betichtte van schijn van belangenverstrengeling en zelfs twee zaken van belangenverstrengeling. 

 

>citaat; Sorgdrager pagina 17 eindoordeel<

De commissie is van oordeel dat er een evidente en jarenlange schijn van belangenverstrengeling verbonden is met de vriendschap tussen Van Rey en Van Pol. Dit leidt ertoe dat in Roermond en daarbuiten het beeld is ontstaan dat Van Pol voordelen van deze vriendschap geniet in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen en een level playing field. Naar het oordeel van de commissie is dit in strijd met de gedragscode. Verder is de commissie van oordeel dat in twee concrete gevallen ook daadwerkelijk sprake is van belangenverstrengeling tussen de zakelijke belangen van de heer Van Rey en zijn portefeuille als wethouder. 

 

Ook de rechter gaat daar in zijn oordeel niet aan voorbij, getuige zijn opmerking:

 

>citaat< 

Er bestaat de sterke indruk van vriendjespolitiek en belangenverstrengeling.

 

Verderop in het betoog komt de rechter tot het oordeel:

 

>citaat<

Hij heeft keer op keer onvoldoende afstand gehouden van degenen met wie hij als wethouder zaken moest doen. [Verdachte 1] heeft daardoor niet gehandeld als een integer politicus en zo het vertrouwen in de integriteit van het openbaar bestuur geschaad. 

 

In het protocol voor mogelijke integriteitsschendingen hebben we op 12 mei 2016 nog eens gedefinieerd wat we onder integriteitsschending verstaan:

 

>citaat<

Integriteitschending:

een gedraging van een raadslid of een wethouder, die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of ongeschreven regels. 

 

Voorzitter,

Om aan te geven dat er veel, zo niet alles, is geregeld in dit gemeentehuis om het gebeurde te voorkomen, is het verstandig nog eens de eenduidige kaders, waarbinnen een wethouder en een raadslid dienen te handelen, op een rijtje te zetten.

 

Als een raadslid zitting neemt in de gemeenteraad, en dat geldt ook voor een wethouder, dan legt hij of zij de eed af.

 

>citaat gemeentewet artikel 14 lid 1<

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: 

 

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. 

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. 

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. 

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"

(Dat verklaar en beloof ik!")

 

Als tweede kijken we naar onze gemeentelijke gedragscode, de in dit huis afgesproken gedragsregels. De rechter verwijst in deze in het vonnis naar de gedragscodes uit 2003 en 2007 die de gemeenteraad toen kende. 

 

Zoals is vastgelegd in de gedragscode van 2007 en onlangs nog is bevestigd in de unaniem aangenomen gedragscode van 12 mei 2016 kennen we duidelijke huisregels waar we elkaar op moeten bevragen en aanspreken:

 

>citaat; gedragscode 2 januari 2007<

 

Deel 1 kernbegrippen van integriteit (we noemen er twee)

 

Onafhankelijkheid

Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

 

Zorgvuldigheid

Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

 

En verder in deel 2 bestuurlijke integriteit

 

Artikel 2 belangenverstrengeling en aanbesteding

 

Artikel 2.2

Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

 

Artikel 2.4

Een bestuurder die familie- of persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.

 

Artikel 2.5

Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.

 

Artikel 5 Aannemen van geschenken

 

Artikel 5.1

Geschenken en giften die een bestuurder uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.

 

Op 12 mei 2016 is door de gehele raad in de vernieuwde gedragscode nog eens bevestigd:

 

>citaat<

Regels rondom (de schijn) van belangenverstrengeling

 

Artikel 1.1

Een raadslid moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan. 

 

Regels rondom (de schijn) van corruptie

Artikel 2

Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. 

 

Artikel 2.1

Een raadslid moet actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan. 

 

Binnen artikel 2 zijn ook afspraken gemaakt omtrent het aannemen van giften, diensten en faciliteiten om de schijn van belangenverstrengeling en beïnvloeding van het besluitvormingsproces te voorkomen. Ook over het genieten van lunches en diners wordt opgemerkt dat als deze de schijn van kunnen veroorzaken, dat deze gemeden dienen te worden.

 

Ook zijn er regels afgesproken over de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen:

 

>citaat<

Artikel 5

Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. 

 

Artikel 5.1

Raadsleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. 

 

Voorzitter,

We kunnen op basis van de wetenschap van nu, uit de bevindingen in het rapport Sorgdrager-Frissen en het strafrechtelijk onderzoek, concluderen dat oud wethouder en zittend raadslid de heer Van Rey de eed niet zou nauw heeft genomen en de gedragscode niet heeft nageleefd, maar ook dat hem daartoe de mogelijkheid is geboden door een gebrek aan bestuurlijke controle.

Het nu naar het hoger beroep verwezen oordeel van de rechter concludeert:

 

>citaat<

Samenvattend leidt ... de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen ertoe dat wij hebben bewezenverklaard dat: 

[Verdachte 1] 

Een wettelijke geheimhoudingsplicht heeft geschonden. 

Verkiezingsdocumenten voorhanden heeft gehad met oogmerk tot wederechtelijk gebruik 

Is omgekocht door [Verdachte 2] met: 

* voetbalreizen en bezoeken aan vastgoedbeurzen 

Is omgekocht door [Verdachte 2] en twee andere ondernemers met:

* betalingen aan Liba. 

De oud wethouder en zittend raadslid de heer van Rey heeft de wet overtreden (de wettelijke geheimhoudingsplicht geschonden) en geschenken aangenomen (o.a. betalingen aan Liba BV). De rechter legt in de beoordeling en strafmotivering de nadruk op zijn bewust handelen:

 

>citaat<

... [Verdachte 1] al zeer lang topambtenaar was, waardoor hij én heel goed wist welke regels golden én steeds had moeten doorzien dat mensen er belang bij hadden om hem te beïnvloeden. Hij heeft keer op keer onvoldoende afstand gehouden van degenen met wie hij als wethouder zaken moest doen. [Verdachte 1] heeft daardoor niet gehandeld als een integer politicus en zo het vertrouwen in de integriteit van het openbaar bestuur geschaad. Dat geldt voor de corruptiefeiten maar eigenlijk net zo goed voor het lekken uit de vertrouwenscommissie en het gerommel met de volmachten. 

 

In bestuursrechtelijke zin, en daar gaan wij over, zijn de genoemde feiten ernstig. Zij overschrijden zelfs de schijn van. Politiek en moreel is dat verwerpelijk en zou dat, al veel eerder, consequenties moeten hebben voor een bestuurder.

 

In zijn optreden in en buiten de rechtbank toont de heer Van Rey weinig tot geen inkeer. Sterker nog, oud wethouder en zittend raadslid de heer Van Rey blijft – ondanks duidelijke conclusies in het rapport Sorgdrager-Frissen, jurisprudentie in o.a. de afgehandelde zaak Offermanns en rechterlijke uitspraken – bij zijn standpunten, blijft zijn handelen goedpraten en volhardt in een andere interpretatie van de wet. Dat is schadelijk voor de politieke verhoudingen en voor onze mooie stad. Daarmee bevestigt hij, dat hij zich nu en ook in de toekomst niet gebonden voelt aan welke afspraken dan ook, al zijn deze wettelijk vastgelegd en in gemeenteraad en college met elkaar afgesproken. Dat leidt in vergaderingen tot onheuse bejegeningen en oncollegiaal gedrag. Het frustreert de vergaderorde en besluitvorming. Hier komt het vertrouwen in een goed bestuur van de stad en een individueel bestuurder in het geding. Van zelfreflectie lijkt geen sprake en het blijft onduidelijk op welke wijze het gebeurde in de toekomst tot een ander gedrag zal leiden.

 

Voorzitter,

We moeten ons afvragen of een raadslid en ook een wethouder, die het in de eed verklaarde en de gedragsregels zonder schroom, zonder zelfreflectie, naast zich neerlegt, in onze gemeenteraad thuishoort. Het vertrouwen van (een groot gedeelte van) de raad in de heer Van Rey als een integer politicus, die handelt naar de wet en de gedragsregels die wij met elkaar hebben afgesproken, is weg. Het weegt zwaar dat een politicus, wethouder of raadslid, een voorbeeldfunctie heeft. 

 

Nu wij constateren dat de heer Van Rey in zijn optreden als wethouder niet volgens de gedragscode heeft gehandeld en de integriteit van het openbaar bestuur ernstig heeft geschaad, kan het niet zo zijn dat zijn presentie en handelswijze in deze raad de dialoog en de bestuurskracht van gemeenteraad, het stadsbestuur en de ambtelijke organisatie nog langer blijven frustreren en in de weg staan. Roermond heeft er last van, de inwoners van onze stad zijn de grote verliezers.

 

Derhalve doen wij een dringend beroep op de heer Van Rey. Alleen hij kan de ontstane politieke impasse, waar Roermond in terecht gekomen is ten gevolge van deze zaak, doorbreken. Een groot bestuurder erkent fouten en weet wat hem te doen staat in deze situatie, in het belang van iedereen die deze stad lief heeft.

 

Voorzitter,

Ook de LVR heeft zich, net als alle partijen in deze raad, geconformeerd aan de gemaakte afspraken, zoals vastgelegd in onze gedragscode. Naast het morele beroep dat wij doen op de hele raad en het college om haar controlerende functie in woord en daad op te pakken, zou ook de LVR moed tonen, als zij, op basis van de beginselen van goed bestuur, een moreel beroep doet op het zittend raadslid om zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid te nemen en conclusies te verbinden aan de gebeurtenissen en aan wat wij er van vinden.

Het zou een eerste gebaar zijn om te komen tot constructieve samenwerking, de ruimte creëren voor verbetering van de bestuurscultuur en bovenal recht doen aan de afspraken die we in dit huis met elkaar gezamenlijk hebben gemaakt. 

 

Voorzitter, 

In het licht van het gebeurde en de geconstateerde feiten vragen wij ons af wat dit alles betekent voor de relatie en verstandhouding met projectontwikkelaar Van Pol Group. Ook bestaat er veel onduidelijkheid over de relatie met OML, de organisatie die onze belangen in grondzaken behartigt, en de positie van haar directeur. De rechter heeft ook voor deze beide verdachten geconstateerd, dat:

 

>citaat uitspraak<

[Verdachte 2]

[Verdachte 1] heeft omgekocht met betalingen aan Liba en bezoeken aan vastgoedbeurzen. [Verdachte 3] heeft omgekocht met voetbalreizen. 

 

[Verdachte 3]

Is omgekocht met voetbalreizen. 

 

Wij vinden dit moreel verwerpelijk en niet passen bij een bestuursstijl die ons voorstaat. Wij vinden dat ook hier zelfreflectie op zijn plaats is en dat betrokkenen de consequenties van hun handelen moeten aanvaarden. De ontstane situatie schaadt onze gemeente. Dat is ontoelaatbaar. Daarom agenderen we de samenwerking met de Van Pol Group en de samenwerking met OML. We zijn blij met het standpunt van het College inzake de positie van de directeur van OML en kunnen dat ondersteunen. Wij verzoeken u de samenwerking met de Van Pol Group en OML te agenderen voor de komende commissievergadering Bestuur en Middelen op maandag 26 september a.s. Ook zouden we dan graag meer duidelijkheid willen krijgen over het resultaat van het overleg met de overige aandeelhouders en de Raad van Commissarissen van OML.

 

Voorzitter, tot slot,

Het maken van meer regels en afspraken, zeker na de vele discussies die daarover de laatste jaren zijn gevoerd, lijken ons niet wenselijk en noodzakelijk. We hebben vandaag aangegeven dat er op het gebied van integriteit veel is gebeurd en dat er voldoende afspraken en kaders zijn, die aangeven hoe een raadslid en een wethouder zich moeten gedragen. Het gaat er vooral om dat raadsleden en wethouders, maar zeker ook partijen en personen die met en voor ons zaken doen, zich er ook naar gedragen. In woord en daad.

 

De gemeenteraad, en ook het college, dienen hun controlerende taak serieus op te pakken. Als er omstandigheden zijn die dat niet mogelijk maken, dan dienen we ons daar nog eerder en beter over aan te spreken. Als het nodig is in een open debat, zoals vandaag. Met respect voor elkaar en elkaars mening. Met het oog op een passende oplossing. Onze gedragscode geeft daar voldoende ruimte toe, maar het vraagt ook om lef en moed van iedereen.

 

Een wethouder of raadslid hoort zich naar de wet en regels te gedragen, collega’s te respecteren en het vertrouwen van collega’s te verdienen.

 

In dat licht vragen we de heer Van Rey zijn conclusies te trekken, zich een groot bestuurder te tonen en zijn verantwoordelijkheid te nemen. Alleen dan kan de impasse, waarin de stad Roermond terecht is gekomen, worden doorbroken.

 

De samenwerking met de Van Pol Group en OML en de uiteindelijke positie van directeur Schreurs agenderen we voor de commissievergadering Bestuur en Middelen van maandag 26 september a.s. Er is te veel gebeurd, het doet de stad geen goed. Over de samenwerking met commerciële partijen en hoe daarover wordt gecommuniceerd en verantwoording wordt afgelegd in College en aan de gemeenteraad, zullen we duidelijker afspraken moeten maken.

 

Laten we hopen dat het gezond verstand zal zegevieren. In het belang van Roermond en alle inwoners die Roermond liefhebben.

 

Roermond, 8 september 2016

 

Chrit Achten, D'66 Ger Julicher, DS Leon Coenen, SPR

Richard Heijman, PvdA Bart Lickfeld, VVD Cees Moison, GL

Marc Breugelmans, CDA

 
cda-facebook